Frambozen
Er zijn zowel frambozen die in de zomer vrucht dragen als die in het najaar vrucht dragen.
De struik dient geplant te worden in vruchtbare, kalkarme en goed doorlatende grond waarvan de
PH-waarde 6,5 of lager is. De framboos heeft tenminste een halve dag zonlicht nodig, dient in
de zomer frequent water toegediend te krijgen vanwege de oppervlakkige wortelstructuur. Voeg in
het voorjaar mest en na de oogst compost aan de grond toe. De frambozentakken dienen opgebonden
te worden. Maak hiervoor bijvoorbeeld van houten latten of van latten en draad een frame van
ongeveer een meter vijftig hoog. Indien u niet meer dan drie planten plant is een enkele paal
waar u de frambozen omheen kan planten voldoende.
Bij zomerdragende frambozen zullen de vruchten
verschijnen aan de takken die het seizoen daarvoor gegroeid zijn. Bij najaardragende frambozen
zullen al enkele vruchten verschijnen aan de takken die hetzelfde jaar gegroeid zijn. Verwijder
na de oogst de takken die reeds vrucht hebben gedragen snel en goed (in verband met ziektes en
ongedierte) en bind de nieuwe takken op. Bij de zomerdragende frambozen dienen de nieuwe takken
te worden uitgedund tot ongeveer tien per meter. U kunt dit doen wanneer de takken ongeveer 80 centimeter
lang zijn. Behoud de krachtigste takken. Aan het einde van de winter kunt u de nieuwe takken van de
zomerdragende framboos terugsnoeien tot op een knop boven het frame. De oude takken van de najaar dragende
framboos kunt u dan terugsnoeien tot op de grond.





























