loading
 
×
×

De Japanse tuin

Afgelopen herfst heb ik ondanks tegenvallend weer genoten van mijn bezoek aan enkele Japanse tuinen onder meer in Kyoto. De vaak hoge leeftijd van deze tuinen, de perfecte compositie van natuurlijke elementen en de filosofie erachter maken een bezoek aan zo'n tuin tot een bijzondere ervaring.

Geschiedenis van de Japanse tuin

Bij de eerste vermeldingen van Japanse tuinen dienen deze als siertuinen; een omgeving waarin de keizer zich kan vermaken. Via onder meer handelsmissies komen in de zesde eeuw Chinese tuinstijlen en tuintechnieken naar Japan. Deze eerste tuinen worden aangelegd op het Japanse hoofdeiland Honshu in de hoofdstad Nara, tegenwoordig bij toeristen vooral bekend door de vele herten.

Nadat in 794 Kyoto de nieuwe hoofdstad is geworden worden ook hier tuinen aangelegd die zijn onder te verdelen in paleistuinen en tuinen van edelen, tuinen bij villa's aan de rand van de stad en tempeltuinen. De indeling van de Japanse tuinen is volgens de Feng Shui regels. Elementen in de tuin zijn naast beplanting onder meer kunstmatige meertjes, bruggen, stroompjes en een lege vlakte met wit zand of grind die onder andere gebruikt werd voor religieuze ceremonies.

japanse tuin met vijverMet het verzwakken van de macht van de keizer leggen edelen tuinen aan die als paradijstuinen bekend komen te staan omdat ze het legendarische Paradijs van het Westen van Amida Buddha moeten verbeelden.

Nadat tijdens de burgeroorlogen van 1156 en 1159 veel tuinen in Kyoto zijn verwoest en de hoofdstad tijdelijk naar Kamakura is verplaatst, werden de contacten met China weer intensiever en brachten Chinese monniken, op de vlucht voor de Mongolen, het idee van Zen tuinen met zich mee. Onder andere het oorspronkelijke Gouden Paviljoen stamt uit deze tijd maar ook de rotstuinen bestaande uit een grindvlakte met hier en daar stukken rots.

In de zestiende eeuw worden tuinen aangelegd rond kastelen van de dan heersende macht. Deze tuinen zijn vooral bedoeld om van bovenaf te worden bekeken en bestaan uit onder meer vijvers, bruggen en kunstmatige bergen waaronder ook een verbeelding van de mythische berg Horai. Ook uit deze tijd is de theetuin met daarin een theehuis bestaande uit een zeer eenvoudige houten constructie die de woning van een kluizenaarsmonnik moet voorstellen.

In de Edo periode, ongeveer de zeventiende en achttiende eeuw, waarin de politieke macht naar Edo, nu Tokyo, verschuift, worden vooral promenade tuinen en droge rots zen tuinen aangelegd. Gebouwen in de tuin hebben een simpele stijl, dezelfde als waar Japanse inrichtingen momeneel om bekend staan, en een open zijde gericht naar de tuin zodat interieur en exterieur in elkaar overlopen.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw worden vervallen privétuinen opgeknapt en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Ook wordt er geexperimenteerd met westerse stijlen door tuinarchitecten. Rijke industriëlen en politieke machthebbers leggen zich meer toe op het aanleggen van tuinen in naturalistische stijl.

Na de tweede wereldoorlog worden nieuwe tuinen vooral aangelegd door hotels, universiteiten en overheidsinstanties. Hoewel er ook nog steeds tuinen in klassieke stijl worden aangelegd hebben steeds meer tuinen een moderne uitstraling waarbij ook gebruik wordt gemaakt van moderne materialen waaronder beton.

Elementen in de Japanse tuin

In de klassieke Japanse tuin wordt niets aan het toeval overgelaten. Hoewel de tuin dus kunstmatig is, heeft deze wel een natuurlijke uitstraling. Dit komt doordat er alleen maar natuurlijke materialen gebruikt worden en geprobeerd wordt op kleine schaal een kopie van een werkelijk natuurlijke omgeving uit te beelden. Naast dit nabouwen van de natuur, zit achter de inrichting van de tuin in de meeste gevallen een filosofie onder meer afkomstig uit de Chinese Feng Shui. Veel Japanse tuinen bestaan uit water, zand, grind, stenen, bruggen, stenen lantaarns, waterbekkens, bomen, bloemen en vissen.

Water in de Japanse tuin

japanse tuin met watervalWaterelementen komem voor in de vorm van vijvers, stroompjes, watervallen en waterbekkens. In droge rotstuinen wordt ook wel wit zand gebruikt als symbool voor water. Water is in het Boeddhisme het symbool voor yin en steen is het symbool voor yang. In de oudste handleiding voor de aanleg van een Japanse tuin "Sakuteiki" staat dat water aan de oostzijde de tuin moet binnenkomen en aan de westzijde de tuin moet verlaten. Hierdoor zou het kwaad uit de tuin worden weggevoerd met en gezond en lang leven tot gevolg. Van noord (water) naar zuid (vuur) komt ook regelmatig voor. Ook deze inrichting zou geluk moeten brengen. Kleine eilandjes in de vijvers staan vaak symbool voor de mythische berg Horai of Penglai. Waterbekkens dienden er vroeger voor om bezoekers van een theeceremonie gelegenheid te geven zich te wassen met behulp van een houten pollepel. Het water wordt via een bamboe pijp aangevoerd. Een shishi-odoshi die één keer in de zoveel tijd door het gewicht van het water omklapt werd gebruikt om dieren te verjagen.

Zand, grind en stenen

Ook zand, grind en keien worden op symbolische wijze in de Japanse tuin gebruikt. Puntige verticale stenen staan bijvoorbeeld symbool voor de berg Horai of de hemel, een platte steen staat symbool voor de aarde en een steen ertussenin kan symbool staan voor de mensheid. Zand en grind kan symbool staan voor strand of water. Stenen worden in verschillende soorten, vormen en maten gebruikt maar fellere kleuren worden gemeden. Stenen worden vaak gegroepeerd in groepen van twee, drie, vijf of zeven.

Bruggen

Bruggetjes worden in de Japanse tuin gebruikt om door stroompjes van elkaar gescheiden land te verbinden. Deze bruggen kunnen van steen of hout zijn en zijn plat of in boogvorm. In tempeltuinen zijn ze soms rood geschilderd maar rode bruggen vind je meer in China dan in Japan. In promenade tuinen dienen de bruggen om de bezoeker optimaal te laten genieten van de tuin. Een brug kan echter ook gebruikt worden als symbool voor de overgang naar onsterfelijkheid of het paradijs.

Japanse lantaarns

De stenen Japanse lantaarns werden eerst alleen gebruikt voor paden naar tempels. Later werden ze ook gebruikt rond andere heiligdommen, in theetuinen of gewoon als decoratie. De lantaarn bestaat uit vijf segmenten waarbij het onderste deel symbool staat voor de aarde (chi), het deel erboven voor water (sui), het derde deel rond het licht voor vuur (ka), het vierde deel voor lucht (fu) en het bovenste deel voor geest (ku).

Bomen en bloemen

In de oudere tuinen worden bloemen spaarzamer gebruikt dan in nieuwere tuinen. De groei van de planten wordt niet aan het toeval overgelaten; nauwkeurig onderhoud zorgt er onder andere voor dat doorkijkjes niet verloren gaan. Speciale technieken worden gebruikt om bomen ouder te laten lijken of een bepaalde vorm te geven. Takken van oude bomen worden soms ondersteund om te voorkomen dat ze onder hun eigen gewicht of het gewicht van sneeuw breken. Ook mos wordt vaak gebruikt als verouderingsmiddel. Planten die veel in Japanse tuinen voorkomen zijn: Japanese abrikoos, azalea, bamboe, camelia, Japanese ceder, Japanese cipres, den, eik, esdoorn, ginkgo, kers en wilg.

Vissen in de Japanse tuin

koikarper in Japanse tuinGoudvissen en koikarpers komen veel voor in Japanse tuinen. De goudvis werd in de zestiende eeuw in Japan geïntroduceerd maar bestond in China al meer dan duizend jaar geleden. De koikarper (nishiki-goi) werd in Japan rond 1820 via selectie van gewone karpers gekweekt. "Koi" betekent gewoon "karper" maar omdat het woord klinkt als het woord dat staat voor "affectie", is de koikarper in Japan een symbool voor liefde en vriendschap.

Japanse tuinen in Nederland en België

Ook in België en Nederland zijn er Japanse tuinen te bezichtigen.

Japanse tuinen in België

Japanse tuinen in Nederland

Japanse tuinproducten

Er zijn nog geen reacties.


inloggen